Facebook Pixel
Wat is de borgklasse van een beveiligingssysteem?

Wat is de borgklasse van een beveiligingssysteem?

Bij de aanschaf van een beveiligingssysteem is het verstandig om eerst bij je verzekering na te gaan aan welke borgklasse het beveiligingssysteem moet voldoen.

Een borgcertificaat is een document waarmee je kunt aantonen dat je woning of pand goed beveiligd is tegen inbraak. Veel verzekeraars bieden korting op de premie voor de inboedelverzekering als je een borgcertificaat kunt overleggen. Dit certificaat wordt alleen verstrekt door een erkend beveiligingsbedrijf. Wil je dus voor een borgcertificaat in aanmerking komen, dan moet je de beveiligingsmaatregelen aan je woning laten uitvoeren door een erkend beveiligingsbedrijf.

Attractiviteit van goederen

De risicoklasse van een pand wordt onder andere bepaald door de inboedel en hoe makkelijk deze mee te nemen zijn. Spullen die makkelijk mee te nemen zijn en die snel geld opleveren, zijn geliefd bij inbrekers. Dit worden 'attractieve goederen' genoemd.

Het CCV heeft een overzicht gemaakt van een groot aantal goederen en inventaris, waarbij de mate van attractiviteit is aangegeven. Dit overzicht is hier te vinden. Er zijn verschillende attractiviteitsniveaus. Tuinplanten hebben bijvoorbeeld een laag attractiviteitsniveas maar een laptop of smartphone een zeer hoog attractiviteitsniveau.

Een borgcertificaat geeft een overzicht van de maatregelen die genomen zijn om inbraak te voorkomen. Hoe meer 'aantrekkelijke' inventaris er in een pand aanwezig is, hoe hoger de benodigde beveiligingsmaatregelen. De maatregelen worden aangegeven met zes letters en drie cijfers. De letters geven het soort beveiliging aan en de letters de gradatie van de maatregel. Hoe hoger het cijfer, hoe zwaarder de beveiligingsmaatregel.

Een aantal voorbeelden van maatregelen:
O = Organisatorische maatregelen;
B = Bouwkundige maatregelen;
C/M = Compartimentering of Meeneembeperkende maatregelen;
E = Elektronische maatregelen;
A = Alarmering;
R = Reactie of alarmopvolging.

Organisatorische maatregelen (O)

De organisatorische maatregelen betreffen voorlichting en voorschriften. Deze worden opgenomen in een beveiligingsplan

Maatregel O1
De maatregelen in klasse O1 betreffen standaard maatregelen over preventie. Hierbij kun je denken aan goed sleutelbeheer, het merken van attractieve spullen (om doorverkoop lastiger te maken) en regels voor het betreden en afsluiten van het pand.

Maatregel O2
Alle maatregelen van O1 zijn van toepassing. Daarnaast moet je ook nog specifieke maatregelen voor jouw bedrijf in het beveiligingsplan opnemen.

Bouwkundige maatregelen (B)

Aan elke risicoklasse is een bouwkundig maatregel verbonden. Denk bijvoorbeeld aan: hekken, ramen en buitendeuren.

Maatregel B0
Er moet hang- en sluitwerk aanwezig zijn.

Maatregel B1
Alle maatregelen van B0 zijn van toepassing. Daarnaast moeten alle bereikbare gevelelementen (zoals een kozijn, raam of pui, met vaste vullingen en/of beweegbare delen) inbraakwerend zijn. Hang- en sluitwerk moet minimaal drie minuten inbraakwerend zijn. Ramen of openingen voor de ventilatie groter dan 15 centimeter moeten van beveiliging tegen beklimming voorzien zijn. Lichtkoepels die niet van slagvaste kunstof gemaakt zijn en kelderramen boven de grond moeten voorzien zijn van tralies. Bij een kelderraam onder de grond voldoet een rooster.

Maatregel B2
Alle maatregelen van B1 zijn van toepassing. Daarnaast moeten alle bereikbare gevelelementen vijf minuten inbraakwerend zijn.

Maatregel B3
Alle maatregelen van B2 zijn van toepassing. Daarnaast moeten alle bereikbare gevelelementen tien minuten inbraakwerend zijn. Bewegende gevelelementen moeten afgedekt zijn met rolluiken.

Compartimentering of Meeneembeperkende maatregelen (C/M)

Inbrekers hebben vaak weinig tijd nodig hebben om waardevolle spullen mee te nemen.

Maatregel C/M1
Deze maatregel vereist drie minuten inbraakvertraging. Bijvoorbeeld door goederen die voor eigen gebruik zijn te verstoppen, bij een winkel gebruik te maken van een bovenverdieping of kelder om spullen te verbergen, waardevolle producten extra hoog te plaatsen en waardevolle producten te verankeren met kabels of beugelsloten.

Maatregel C/M2
Deze maatregel vereist vijf minuten inbraakvertraging. Producten gaan achter slot en grendel.

Maatregel C/M3
Deze maatregel vereist tien minuten inbraakvertraging. Hiervoor kun je middelen als mistgeneratoren, kluizen en compartimenten inzetten.

Elektronische maatregelen (E)

Bij elektronische maatregelen gaat het vaak om detectoren in het pand. Detectoren worden vaak geplaatst in ruimten met attractieve goederen.

Maatregel E1
Je mag flitslampen toepassen die niet gecertificeerd zijn. De elektronische maatregelen, die aan allerlei normen moeten voldoen, kunt u zowel draadloos als met bedrading aansluiten. Let op! Bij een draadloze aansluiting is een aansluiting op een meldkamer verplicht. Daarnaast moeten meldingen bij de eigenaar van het alarmsysteem of de installateur terecht komen. Het inbraaksignaleringssysteem moet minimaal één keer per jaar onderhouden worden.

Detectie moet geplaatst worden waar attractieve goederen zijn en meeneembeperkende maatregelen zijn toegepast.

Maatregel E2
Alle maatregelen van E1 zijn van toepassing, echter moet hier een bedraad systeem gebruikt worden.

Maatregel E3
Alle maatregelen bij E2 zijn van toepassing. Daarnaast moet het alarm minimaal aan A2 voldoen.

Alarmering (A)

Inbrekers proberen regelmatig het alarm te saboteren. Om dit te voorkomen kunt u een aantal maatregelen treffen.

Maatregel A1
Het alarm moet bij inbraak na 60 seconden afgaan. Deze moet vanaf de weg zichtbaar zijn door flitslampen. Kies voor twee alarmgevers, dan heb je in geval van sabotage iets achter de hand. Deze melders mogen niet op dezefde stroomvoorziening zitten. Het alarmsignaal gaat naar een meldkamer. Daarnaast moet er eens in de 24 uur een controlemelding zijn.

Maatregel A2
Alle maatregelen van A1 zijn van toepassing. Extra is het nog belangrijk om, wanneer je een IP-verbinding gebruikt, deze op een besloten netwerk aan te sluiten.

Maatregel A3
Alle maatregelen van A2 zijn van toepassing. In het geval van sabotage zal na 180 een melding naar de meldkamer gaan. De meldkamer controleert dan wat er aan de hand is.

Reactie of alarmopvolging (R)

Tot slot zijn er enkele maatregelen opgesteld voor de reactie op een alarm.

Maatregel R1
De sleutelbeheerder moet binnen 20 minuten reageren nadat de meldkamer gebeld heeft. Gaat het om een echt alarm? Dan belt de sleutelbeheerder direct 112. Er moeten minimaal twee sleutelbeheerders aangesteld zijn.

Maatregel R2
Alle maatregelen van R1 zijn van toepassing. Daarnaast moest de meldkamer gecontroleerd zijn door Ministerie van Veiligheid en Justitie. Ook moet de sleutelbeheerder, na een melding, binnen 15 minuten reageren.

Maatregel R3
Alle maatregelen van R2 zijn van toepassing. Daarnaast zal de politie, bij het bellen van 112, de melding prioriteit 1 geven.

Je verzekering kan je vertellen aan elke borgklasse jouw beveiligingssysteem moet voldoen. In de tabel hieronder kun je terugvinden aan welke maatregelen je in dat geval moet voldoen.

RisicoklasseBeveiligingsmaatregelen
1of O1 + B1
of O1 + B0 + E1 + R1
2of O1 + B1 + E1 + R1
of O1 + B1 + C/M1 + E1 + R1
of O1 + B0 + C/M2 + E2 + R1
3of O2 + B2 + E2 + R2
of O2 + B3 + E2 + R2
of O2 + B1 + C/M2 + E2 + R1
of O2 + B0 + C/M3 + E2 + R1
4of O2 + B3 + E3 + R3
of O2 + B2 + C/M2 + E3 + R3
of O2 + B1 + C/M3 + E3 + R3

Heb je hier vragen over, of weet je niet zeker welk systeem geschikt is voor jou? Neem dan even contact met ons op. We helpen je graag om het juiste systeem voor jouw situatie uit te kiezen.

Delen